klodder
mannelijk (de)/ˈklɔdər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoeveelheid dik vloeibaar materiaalKarel Appel schilderde met grote klodders verf.
Etymologie
* In de betekenis van ‘klonter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek