klinkerpad

onzijdig (het)/ˈklɪŋkərˌpɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kleine, verharde weg die gemaakt is van bakstenen
    Een klinkerpad loopt naar de haven.
    Een oud klinkerpad leidt de wandelaar langs het fameuze landgoed Den Treek in Leusden, dat in het bezit is van de nazaten van de liberale politicus Willem de Beaufort. Eind negentiende eeuw was hij een verklaard tegenstander van Abraham Kuyper, de voorman van de confessionelen.
    Een klinkerpad voert naar de dubbele deuren. In het kerkje is het stil.