klinkerbotsing

vrouwelijk (de)/ˈklɪŋkərˌbɔtsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) opeenvolging van klinkers die samen als één klank gelezen kunnen worden, maar die apart gelezen moeten worden, bv. 'placebo-effect'. Klinkerbotsing kan in het Nederlands worden opgelost met een koppelteken of trema