klink
mannelijk/vrouwelijk (de)/klɪŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handvat om de deur te openen of te sluitenIk neem de klink vast en doe de deur open.
- constructie om een deur gesloten te houdenDe klink is stuk waardoor de deur steeds opnieuw openzwaait.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kruk, pal’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelshandle, latch
Fransbouton de porte, poignée de porte, loquet
DuitsTürgriff, Klinke
Spaansasa, picaporte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek