klimmaat

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand waarmee men samen een berg beklimt
    Thomas Ryckewaert speelt de rol van Lex, een schrijver van populaire romans met geld en roem. Hij vraagt zijn muze Hannah, ooit levenspartner en klimmaatje, voor de laatste keer met hem naar de bergen te gaan.
    Het boek maakt duidelijk dat voor klimmers de dood een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de sport. Het is zoals Van de Gevel, zijn Nederlandse klimmaat, schrijft in het voorwoord. Klimmers blijven klimmers. Het klimmen maakt wie ze zijn.