klikklak
mannelijk (de)/ˈklɪklɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- soort passeerbewegingEljero Elia demonstreerde de klikklak, zijn favoriete passeerbeweging.
- klanknabootsing van het geluid dat men krijgt als men met hard schoeisel over een harde ondergrond looptWe verlaten de kerkers en verkennen de bovenverdiepingen. Grote eetzalen, een mooie Oudhollandse keuken, een kerkzaal met een bordje: ”Zion is des Heeren ruste. Dit is Syn woonplaetse in eeuwigheyt. Psalm 132”. Houten klikklak-vloeren. De ruime kamers van de gouverneur. En o ja, het balkon.
- speeltje dat bestaat uit twee harde met een koord verbonden balletjes die men tegen elkaar moet laten ketsenHet Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid deelde deze week op Facebook een journaalfragment uit 1971 over de zogeheten klikklakrage. “Het wordt nóg moeilijker om elkaar op straat te verstaan,” klaagt een polygoonstem over het toenmalige hitspeelgoed dat bestond uit twee plastic balletjes aan touwtjes die je tegen elkaar moest laten ketsen.
- geluid gemaakt door het klappen van een zweep
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek