klieven
/ˈklivə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) langs een scherp breukvlak in tweeën hakkenIk moet nog wat brandhout klieven.
Etymologie
* van Middelnederlands "cliven", in de betekenis van ‘splijten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1290 Oorspronkelijk was "klieven" een sterk werkwoord zonder lijdend voorwerp (onovergankelijk) "in twee stukken uit elkaar vallen", waarnaast zwak "kloven" bestond "in twee stukken uit elkaar laten vallen, doorhakken". De laatste vorm is kennelijk van invloed geweest op vorm van betekenis van "klieven".
Vertalingen
Engelscleave
Fransfendre
Duitsspalten
Spaanssurcar, partir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek