klier
mannelijk/vrouwelijk (de)/klir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een orgaan dat een lichaamsstof afscheidtSpeeksel wordt gemaakt in klieren in de mond.
- een cel die een product afscheidt dat door een plant niet verder verwerkt wordt
zelfstandig naamwoord
- (informeel), (scheldwoord) een onuitstaanbaar iemand (meestal van het mannelijk geslacht)Wat ben jij toch een klier, zeg!
Etymologie
*Van cliere; verdere oorsprong geheel onduidelijk
Vertalingen
Engelsgland
Fransglande
DuitsDrüse
Spaansglándula
Italiaansghiandola
Japans腺
Poolsgruczoł
Zweedskörtel
Deenskirtel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek