kliek

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep van mensen die veel samen doen en andere mensen buiten de groep houden
    De directeuren van scholen vormen een echte kliek die veel dingen onderling regelen.
  2. voedselrest

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘exclusief groepje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1848 * In de betekenis van ‘voedselrest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1676

Vertalingen

Engelsclique, coterie, junto