kliek
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep van mensen die veel samen doen en andere mensen buiten de groep houdenDe directeuren van scholen vormen een echte kliek die veel dingen onderling regelen.
- voedselrest
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘exclusief groepje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1848 * In de betekenis van ‘voedselrest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1676
Vertalingen
Engelsclique, coterie, junto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek