kleur
mannelijk/vrouwelijk (de)/klør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van lichtHet water dat ik in Zuid-Californië tegenkwam was niet altijd even geweldig, het was vaak stilstaand en groenig van kleur.
- (spel) elk van de vier figuren (harten, schoppen, ruiten en klaveren) van een kaartspel
- (pregnant) gelaatskleur, huidskleur
- (eufemisme) in de uitdrukking persoon, man, vrouw van ~: met een niet-blanke huidskleur (opgevat als etnisch of raciaal kenmerk)
Etymologie
*[4] Leenvertaling van (Amerikaans) Engels "person of color", "woman of color", "man of color", e.d., aangetroffen vanaf de jaren 1990, voor een vindplaats zie hieronder.
Uitdrukkingen
- een kleur krijgen
- Iets in kleuren en geuren vertellen — iets met overdrijving en fantasie vertellen
- Kleur bekennen — Mening geven
Vertalingen
Engelscolour, color
Franscouleur
DuitsFarbe
Spaanscolor
Italiaanscolore
Portugeescor
Russischцвет
Chinees颜色
Japans色
Turksrenk
Poolskolor, barwa
Zweedsfärg
Deensfarve
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek