klerk

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die administratieve werkzaamheden verricht
    De klerk deed de boekhouding.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schrijver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1210