klerezooi

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklerəˌzoj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ongeordend geheel dat moet worden opgeruimd of schoongemaakt
    Na het feest was de woonkamer een klerezooi.
  2. figuurlijk (figuurlijk) ongewenste toestand als resultaat van een wanordelijk proces
    Na de reorganisatie is het op mijn werk een klerezooi gebleven.