kleiput

mannelijk (de)/ˈklɛipʏt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar men klei opgraaft om te gebruiken in steenfabrieken
    De Appeldijk brengt ons bij De Koornwaard. Eens stond hier een steenfabriek, nu een foeilelijk rommelig industriegebied dat begrensd wordt door een uniek stukje natuur. Via de Orchideeënroute lopen we het gebied in en proberen de voormalige kleiput te ronden. Die wordt met bagger uit De Linge minder diep gemaakt om zo de visstand te herstellen. De Telegraaf Op zoek naar de zwaan [https://www.telegraaf.nl/nieuws/801216/op-zoek-naar-de-zwaan 23 mei 2015]
    Vis zit er niet of nauwelijks in, andere diersoorten zijn in en rond de kleiput eigenlijk ook niet te vinden, waterplanten zijn in het heldere water niet te zien. Dat moet binnen enkele jaren veranderen, als de gemeente Winterswijk de natuurontwikkeling in deze plas aan de Driemarkweg vorm kan geven. Tubantia 29-08-17, [https://www.tubantia.nl/achterhoek/kleiput-is-startpunt-voor-natuurwinst-in-winterswijk~a65da80f/ Kleiput is startpunt voor natuurwinst in Winterswijk]

Vertalingen

Engelsclay pit