kleinood

onzijdig (het)/ˈklɛinot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein voorwerp van hoge waarde
    Het kleinood werd zorgvuldig opgeborgen.
  2. draagteken van een ridder- of andere orde in de vorm van een versiersel dat hangt aan een om het lichaam gedragen lint, keten of koord

Etymologie

*van Middelnederlands "cleinoot" / "clenode", in de betekenis van ‘kostbaar voorwerp’ aangetroffen vanaf 1240

Vertalingen

Engelsjewel
Fransjoyau
DuitsKleinod
Spaansjoya