kleinkunst
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kunst) podiumkunst in de eerste plaats bedoeld om te amuseren zoals cabaret maar ook het luisterlied en de musical
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘cabaretkunst’ voor het eerst aangetroffen in 1920
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek