kleinkind

onzijdig (het)/ˈklɛiŋkɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) kind van zoon of dochter
    Ik stel mijn kleinkind even aan je voor.
    Hij deed zijn bedrijf over aan zijn zoon Wouter, kreeg een vriendin en zag zijn kleinkind nog geboren worden.[https://www.sailing-dulce.nl/home/5 Beschouwingen], Klein In Memoriam voor Kees, 29-01-2008
    De moeder van 11 kinderen had pas op latere leeftijd het wandelen ontdekt. Toen ze eenmaal ging lopen was ze al grootmoeder van 23 kleinkinderen.

Vertalingen

Engelsgrandchild
Franspetit-enfant
DuitsEnkel, Enkelin, Enkelkind
Spaansnieto
Italiaansnipote
Portugeesneto, neta
Russischвнук, внучка
Japans
Zweedsbarnbarn
Deensbarnebarn