kleed
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textiel) een stuk weefsel
- (textiel), (huishouden) gebruikt als vloer-, tafel- of wandbedekking, karpet, tapijt' Caspar Witsen loopt met grote passen naar het midden van het kleed.Ze nadert het kleed en kijkt naar de papieren op de vloer.Er lag een prachtig geborduurd kleed op tafel.|
- (kleding) gebruikt als lichaamsbedekking, meestal , gewaad, kledingZijn kleren werden gewassen.|
Etymologie
* In de betekenis van ‘stuk weefsel’ voor het eerst aangetroffen in 1220
Vertalingen
Engelscarpet, article of clothing, garment
Spaansalfombra, vestido
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek