klauwier
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) geslacht van vleesetende(!) zangvogels met haaksnavel, die de gewoonte hebben hun prooi te spietsen op puntige uiteinden om zo een voorraad aan te leggen
Etymologie
*afgeleid van klauw
Vertalingen
Spaansalcaudón, lanío
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek