klauwier

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) geslacht van vleesetende(!) zangvogels met haaksnavel, die de gewoonte hebben hun prooi te spietsen op puntige uiteinden om zo een voorraad aan te leggen

Etymologie

*afgeleid van klauw

Vertalingen

Spaansalcaudón, lanío