klasse
vrouwelijk (de)/ˈklɑsə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verzameling gelijkwaardige individuenDe arbeiders vormden duidelijk hun eigen klasse in de maatschappij van de vroege twintigste eeuw, maar later werden de grenzen minder scherp.
- (wiskunde) alle elementen van een wiskundige groep die door een similariteitstransformatie in elkaar over te voeren zijnIn de kubische puntgroep Oh vormen de acht C3-operaties een klasse.
- (biologie) taxon dat bestaat uit een of meer ordes en dat deel uitmaakt van een stam (phylum)De klassen Mammalia en Aves behoren in de traditionele systmatiek tot de Vertebrata.
- vooral als hoge kwaliteitKok bewees haar klasse in Thialf op ondubbelzinnige wijze door drie van de vier afstanden te winnen.
tussenwerpsel
- (informeel) heel goed, primaWauw, klasse!
Etymologie
*via "classe" of direct vant Latijn "classis"
Vertalingen
Engelsclass
Fransclasse
Spaanscategoría, clase, género
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek