klapekster
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) vogel ter grootte van een merel met een kenmerkende haaksnavel en zwart-grijs verenkleed uit de familie der klauwieren
- kletser
Etymologie
* In de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek