woorden
boek
Start
›
K
›
klamper
klamper
mannelijk (de)
/ˈklɑmpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
benaming roofvogels die overdag jagen zoals sperwers, haviken en wouwen
Etymologie
* van klampen
Synoniemen
dagroofvogel
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← klampen
klampers →