kladderen

/ˈklɑdərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) slecht of onverzorgd schrijven
    Ik kon niet lezen wat hij op dat papiertje had gekladderd.
  2. inerg (inerg) nat- of vuilmaken door gemors of gesmeer
    Het kind kladderde met enkele verfpotjes.