klaarkomen

/ˈklarˌkomə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) afgemaakt worden
    De brug was niet op tijd klaargekomen.
  2. erga, seksualiteit (erga) (seksualiteit) een orgasme hebben, krijgen

Etymologie

* In de betekenis van ‘gereedkomen, volbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1819