kitten
mannelijk (de)/'kɪtən/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pas geboren kat
werkwoord
- (ov) met een stroperig materiaal aaneenlijmen of dichten
Etymologie
*[C]: van "kitten", in de betekenis van ‘aaneenlijmen’ aangetroffen vanaf 1870
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek