Kit
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (f)/(m) en (n) verzamelnaam voor dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichtingJe kunt daar wat kit voor gebruiken.
- (f)/(m) metalen kan, met name gebruikt voor kolenGooi even een kit kolen in de kachel.
- (m) een kistje of etui met gereedschap of toebehoorDat heb ik niet in m'n kit zitten.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lijm’ voor het eerst aangetroffen in 1860
Vertalingen
Engelscoal-scuttle
Spaansmasilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek