kipper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gefileerde haring die gezouten en gerookt is
- kar met kiepmechanisme voor een snelle lediging van de inhoud
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gebakken haring’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Vertalingen
Spaansarenque ahumado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek