kinkhoren
mannelijk (de)/ˈkɪŋkhorə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de schelp van een porseleinslakAan de overkant van 't raam was alles donker door elkander op een muurplank: perkamenten boeken, een zandlooper, een bruingeribbeld kapitoor en een met sloten als in de kerk en daarop was een groote kinkhoren, een vierkant lodderijntje, een muts met hangkwast als van de oosterlingen in de kramen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek