kinderwagen

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voertuig waarin zuigelingen of kleuters met de hand verreden kunnen worden
    Leg hem maar even in de kinderwagen, dan kunnen we een eindje wandelen.
    Daarna sloot hij zich aan bij de Vrije Fransen in Londen, vloog vanuit Bromma op een koude winteravond in een vrachtvliegtuig over de Hardangervidda naar Schotland. Mama was er met mij, dik ingepakt in de kinderwagen, om afscheid te nemen.

Vertalingen

Engelspram, baby carriage
Franslandau
Deensbarnevogn