kinderleed
onzijdig (het)/ˈkɪndərˌlet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verdriet, zoals een heel jeugdig mens ervaartOp haar kinderleed en kindervreugd zag zij neer met een rustig, vreugdrijk meerderheidsgevoel.
- iets wat heel jeugdige mensen verdrietig maaktWe kennen allemaal het kinderleed van ‘rare’ kleren te moeten dragen of niet mee te mogen doen van thuis aan iets wat de hele klas wel mag.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek