kinderclub

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɪndərˌklʏp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. organisatie die erop gericht is een groep jeugdigen tot een jaar of twaalf een plezierige tijdsbesteding te bieden
  2. door periodiek bijeenkomsten op een bepaalde plaats te houden
    Belinda somt haar hele vrijwilligers-cv op: de gereedschapsuitleen, de Sinterklaasactie, de kinderclub die de buurt schoonmaakt, het georganiseerd ijsvrij maken van de stoepen in de winter, het repaircafé, en in 2014 de huisbibliotheek.
  3. als onderdeel van een organisatie die ook of vooral op ouderen is gericht
    Enveloppen zijn er in alle soorten en maten. Zo wil het Wereld Natuur Fonds duizenden bontgekleurde enveloppen voor zijn kinderclub.