kilo
mannelijk (de)/ˈkilo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) (eenheid) (afkorting) informele afkorting van "kilogram" de SI-eenheid van massa (symbool: kg)Op zo'n grote massa (hoeveelheid) maakt een kilo meer of minder niets uit.Vraag het aan Gentenaar Geert Claus, uitbater van frituur Emily’s, hoe zwaar het is. Hij legt de laatste meters te voet af, met de fiets aan de hand. ‘Een paar tandjes te weinig, een paar kilootjes te veel.’‘Mijn rugzak woog wel 20 kilo, en nu loopt iedereen met dat ultralichte spul. Ik begrijp al die haast van tegenwoordig niet. Wij vonden 25 kilometer per dag al prima, terwijl jullie nu ruim 40 kilometer per dag doorjakkeren. Neem toch de tijd, zoiets maak je maar een keer in je leven mee. Het heeft me nooit losgelaten na al die jaren.’
- (natuurkunde) (eenheid) (verouderd) informele afkorting van "kilogram" (kilogramkracht) een eenheid voor een gewicht of kracht, (niet volgens het SI-stelsel, maar heel gebruikelijk)De prijs per kilo is ongeveer gelijk aan die van onze concurrent.
Etymologie
* van "kilo", in de betekenis van ‘kilogram’ voor het eerst aangetroffen in 1866 Het numerieke voorvoegsel kilo- in het metrische SI-systeem ter aanduiding van een duizendvoud is gebaseerd op het "χίλιοι" (chílioi) "duizend". Voor de transcriptie van de Griekse χ werd de letter k gekozen, in plaats van de gebruikelijke ch, omdat die de transcriptie chilo zou opleveren: problematisch omdat het zou klinken als "chie l'eau" schijt het water.
Vertalingen
Engelskilo, kilo
Franskilo, kilo
DuitsKilo, Kilo
Spaanskilo, kilo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek