kijken

/ˈkɛikə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. met de ogen waarnemen
    Overal waar je keek zag je leven in de woestijn. Duikende vogels, mieren, hagedissen en het onophoudelijke gezang van de krekels.
    Wil je meer weten over mijn gear list, kijk dan op: www.randomtrailtales.com
  2. ~ naar: gericht of met aandacht waarnemen met het oog
    Hij liep weer naar mooie meisjes te kijken.
  3. ~ naar: een probleem onder ogen nemen (en er eventueel wat aan doen)
    Je moet daar echt naar laten kijken, dat is niet normaal.
  4. iets onderzoeken
  5. iets ~
    Hij zat videoclips te kijken.
    Ik wist niet veel over paarden, heb twee weken allemaal YouTube-filmpjes over paarden gekeken.
    We keken het jaar voorafgaand aan mijn vertrek vaak samen naar documentaires over de PCT en ze verheugde zich erop om via mij een halfjaar door Amerika mee te lopen, maar dan wel veilig thuis op de bank.

Etymologie

:Noord: : kika, : kigge, : kikja

Uitdrukkingen

  • Achter de coulissen/schermen kijkenKijken hoe iets (bijv. een organisatie) van binnen werkt, kijken hoe iets in detail in zijn werk gaat
  • Koffiedik kijkenVoorspellingen proberen te doen over iets wat zich niet laat voorspellen
  • de kat uit de boom kijkenAfwachten alvorens iets te doen, zodat men zich eerst een goed beeld van de situatie kan vormen
  • Door een hennepen venster moeten kijkenOpgehangen worden
  • Op de vingers kijkenIemand intensief controleren tijdens bep. werkzaamheden
  • Je moet een gegeven paard niet in de mond/bek kijkenJe moet niet al te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes
  • Kijken alsof men zijn laatste oortje versnoept heeft.Beteuterd, sip of treurig kijken (zie ook oor)
  • Kijken of men het in Keulen hoort donderenStomverbaasd voor zich uit staren

Vertalingen

Engelslook, watch
Fransregarder
Duitsgucken, kucken, wachen
Spaansmirar
Italiaansguardare
Portugeesolhar
Russischсмотреть
Japans見る, 観る
Koreaans보다
Arabischنظر
Turksbakmak
Poolszobaczyć, patrzeć, popatrzeć
Zweedstitta, se, kika
Deenskikke