kiften

/ˈkɪftə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ruzie maken
    Als er onderling werd gekift, deed hij liefst alsof hij niks hoorde.

Etymologie

*afgeleid van kijven

Vertalingen

Engelsquarrel, wrangle
Spaansdisputar, reñir