kiezen

/ˈkizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uit meerdere mogelijkheden één nemen
    Hij koos uiteindelijk toch de rode rozen.
    Ik was altijd gewend in de bergen hoge, leren bergschoenen te dragen maar ditmaal had ik gekozen voor lage trailrunner schoenen die erg licht waren en snel droogden.
    Ik werd met trompetgeschal verwelkomd en uitgenodigd om me te hullen in kleren uit hun Burning Man verkleeddoos en kon kiezen uit hamburgers, tosti’s, salades, pasta, koffie, bier of wiet.
  2. politiek (politiek) selecteren door van stemrecht gebruik te maken
    De leden van de Provinciale Staten kiezen maandag de nieuwe Eerste Kamer.
  3. inerg (inerg) ~ voor: een bepaalde handelwijze of mogelijkheid prefereren boven alle andere
    Er werd bewust gekozen voor een vrij voorzichtige aanpak.

Etymologie

*van Middelnederlands "kiesen", in de betekenis van ‘een keus doen’ aangetroffen vanaf

Uitdrukkingen

  • het ruime sop kiezen
  • het is kiezen of delen
  • Iets voor de kiezen krijgenMet iets geconfronteerd worden zonder dat men daarom gevraagd heeft/Iets te verduren krijgen

Vertalingen

Engelschoose
Franschoisir
Duitswählen, entscheiden
Spaansescoger, elegir
Zweedsrösta, välja
Deensvælge