kieuw

mannelijk/vrouwelijk (de)/kiw/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ademhalingsorgaan van vele in water levende dieren
    Bij de meeste vissen zijn de kieuwen door kieuwdeksels bedekt, maar bij de larven van kikkers en salamanders zijn ze vaak uitwendig waar te nemen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘ademhalingsorgaan van vis’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelsgill
Spaansbranquia