kiepen
/ˈkipə(n)/
Betekenis
werkwoord
- laten kantelenZij kiepte haar glas omver.
- laten vallen, neergooienHij kiepte een hele lading hout op het vuur.
- kantelenDoor de storm kiepte de hele tent omver.
Etymologie
*van het kippen "kantelen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek