keutelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zich drukmaakt over kleinigheden
    Een bestaand woord (keutelaar, volger, relativeerder, nagelbijter, betweter, meninghebbende, donor, criticaster etc.) dat een nieuwe specifieke betekenis krijgt. Zo’n woord is te weinig onderscheidend. NRC 30 maart 2009 [https://www.nrc.nl/nieuws/2009/03/30/kattenbeller-kaatser-of-reacteur-11705028-a76996 Kattenbeller, kaatser of reacteur]
    Ik klaag niet graag, maar zeg nu zelf: staat u ook niet versteld van het enorme aantal zeurpieten op internet, inclusief u zelf, van dat nooit aflatende koor van keutelaars, teutkousen, zanikpotten, zemelknopers en dooievisjesvreters? Dat teut maar door en zemelt maar voort. NRC Gerrit Komrij 18 augustus 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/08/18/babbeldebabbel-kwek-kwek-kwek-a1463660 Babbeldebabbel kwek-kwek-kwek]

Etymologie

* van keutelen

Vertalingen

Engelstrifler, dawdler