keukenhulp

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die in de keuken meehelpt
    Het leven in het asielzoekerscentrum beviel hem niet: het nietsdoen, het wachten, de gedeprimeerde stemming bij andere asielzoekers die elkaar de put in praten. Hij vond een baantje als keukenhulp in een restaurant van de keten Vapiano. Maar hij wilde meer, hij wilde iets leren en zich ontwikkelen. NRC Juurd Eijsvoogel 4 november 2016
  2. een machine die je werk in de keuken uit handen neemt
    Dat tussen idealen en praktijk enige discrepantie bestaat, blijkt wanneer de voorlieden meewerken aan gesponsorde tv-programma's. Ze zingen de lof over roerbakmixen, sausen uit potjes, keukenhulpen en makkelijk schoon te houden aanrechtbladen. Daarmee helpen ze mee het gastronomisch maatschappelijk middenveld te laten wegvagen door het culinair-industriële complex. NRC Joep Habets 28 augustus 1997

Vertalingen

Spaansayudante de cocina, pinche de cocina