keukendeur

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een deur binnenshuis die toegang geeft tot de keuken
    Bij de zware keukendeur, die op een kier stond, werd me de pas afgesneden door een onzichtbare muur van geluid en geuren, kletterende pannen, gedempt geroep, de geur van gebraden kip en brood in de oven.
    Zo wist ze de keukendeur te bereiken, waarachter Nero alweer aan een nieuwe jank-en-klaagzang was begonnen.