kerstster
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɛrstɛr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plant uit de wolfsmelkfamilie (). De soort komt van oorsprong voor in Mexico maar wordt veel gekweekt om de sierwaarde. Hij wordt in de gematigde streken, waaronder de Benelux, voornamelijk gekocht voor de kerstmis
- (kerst) een versiering of decoratie in de vorm van een ster, zoals die rond de Kerstdagen opgehangen of neergezet wordtEen typische Surinaamse kunstuiting is vooral de kerstster, die rond het Kerstfeest 'n sieraad in onze huizen is en het bewijs levert van vruchtbare vrijetijdsbesteding en kunstzinnige handenarbeid.
Etymologie
* Vernoemd naar de Kerstster.
Vertalingen
Engelspoinsettia
Fransétoile de Noël
DuitsWeihnachtsstern
Spaansflor de Pascua, Noche Buena, Pascua
Zweedsjulstjärna
Deensjulestjerne
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek