kerstnachtdienst

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kerst (kerst) de liturgie die op kerstavond, de avond van 24 december en/of de nacht die erop volgt, wordt gevierd ter ere van de geboorte van Jezus Christus in een protestantse kerk
    Zo heb ik er nooit naar getaald om naar een dienst of mis op Kerstnacht te gaan, in tegenstelling tot veel vrienden en familieleden. Sommigen van hen deden dit als practical joke ('campmis'), anderen vanwege de kneuterige gezelligheid en saamhorigheid ('kitchmis'). Van internet begreep ik dat de schattingen van de bezoekersaantallen van de kerstnachtdienst liggen tussen de 2 en 4,5 miljoen Nederlanders. Dat is beduidend meer dan de aandoenlijke driehonderdduizend bejaarden die op normale zondagen naar de kerk rollatoren.Volkskrant RONALD GIPHART 24 december 2011