kerstbal

mannelijk (de)/ˈkɛrs(t)bɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kerst (kerst) een bal die men als versiering ophangt, vaak aan de takken van een kerstboom
    Ik heb dit jaar geen enkele kerstbal kapot laten vallen.
  2. kerst (kerst) een dansfeest ter gelegenheid van de kerst
    Het kerstbal was erg elegant en een groot succes.

Vertalingen

EngelsChristmas bauble, Christmas ball
Fransboule de Noël
DuitsChristbaumkugel, Weihnachtskugel
Spaansbola de Navidad
Italiaanspallina di Natale