kerkvolk
onzijdig (het)/ˈkɛrᵊkfɔlᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gelovigen die geen speciale functie in de kerk bekledenRuim dertien jaar geleden, van 11 tot 15 mei 1985, bezocht paus Johannes Paulus II Nederland met als doel het herstel van de eenheid onder het katholieke kerkvolk alhier. NRC Frits Groeneveld 24 augustus 1998
Vertalingen
Engelschurchgoers
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek