kerkrecht

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de wetten en de rechtspraak binnen de de Roooms-katholieke of anglicaanse kerk
    De voormalige Duitse bisschop Franz-Peter Tebartz-van Elst wordt niet verantwoordelijk gehouden voor de extreem opgelopen kosten van de verbouwing van zijn residentie in Limburg. Het bisdom moest liefst 31 miljoen euro neertellen, een veelvoud van de oorspronkelijke begroting van 5,5 miljoen. Het bisdom maakte woensdag bekend dat Tebartz-van Elst geen schadevergoeding hoeft te betalen en dat verder geen vervolging op basis van het kerkrecht wordt ingesteld.de Telegraaf 09 sep. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/506883/pronkbisschop-hoeft-niet-te-betalen 'Pronkbisschop' hoeft niet te betalen ]
    De rechter stelde Henk Jansen voor het grootste gedeelte in het gelijk. Zo staat in het vonnis onder meer dat „regels van het kerkrecht” zouden zijn geschonden. Omdat er te weinig met dit vonnis zou zijn gedaan heeft Henk Jansen inmiddels een nieuw kort geding aangespannen.NRC Bram Endedijk 1 augustus 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/01/ruzie-in-de-kerk-verscheurt-gelovig-dorp-12330617-a1568620 Ruzie in de kerk verscheurt gelovig dorp ]
  2. de kerkorde van de protestantse kerken

Vertalingen

Engelscanon law