kerkenpad
onzijdig (het)/ˈkɛrkə(n)ˌpɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voetweg op het platteland die bewoners konden gebruiken om naar de kerk te gaanOver gras op de brede oevers van het riviertje de Slinge bij Vragender; over rulle, door eiken omzoomde karrensporen onder Bredevoort; via een oud kerkenpad naar een kerktoren die in de verte boven het geboomte uitsteekt, over de lanen van landgoederen rond Vorden: drie dagen wandelden we door Oost-Gelderland (…).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek