kerkbezoek
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bezoek aan een kerk voor de godsdienstoefeningMigrantenfamilies in Middletown zijn bovengemiddeld religieus, maar dat gaat niet altijd gepaard met regelmatig kerkbezoek. Oma Bonnie vloekte als iemand begon over ‘organized religion’. Haar credo was dat ‘God helpt wie zichzelf helpt’. Anderen zijn aangesloten bij fundamentalistisch-evangelische gemeenten, waar voorgangers somberen over het algemene zedenbederf en de naderende Eindtijd. NRC Dirk Vlasblom 10 maart 2017
Vertalingen
Engelsgoing to church
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek