kelderen

/ˈkɛldərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, figuurlijk (erga) (figuurlijk) snel omlaag gaan
    In 2008 kelderden de aandelenmarkten.
  2. erga, scheepvaart (erga) (scheepvaart) onder water verdwijnen door verlies van het drijfvermogen, "naar de kelder gaan"
    In het Amsterdamse havengebied is door een ongeluk bij een kolenoverslag een schip gekelderd.
  3. ov, scheepvaart, militair (ov) (scheepvaart), (militair) tot zinken brengen, "naar de kelder jagen"
    Op 30 december werd het schip gekelderd door de U-435.
  4. ov, verouderd (ov) (verouderd) naar de kelder brengen
    Daar kwamen zij voorbij een kelder, waar de wijnverlaters bezig waren een groot vat met wijn te kelderen, dat zij niet konden voortkrijgen.

Etymologie

*van Middelnederlands "kelren"; afgeleid van "kelder" , zowel letterlijk in de betekenis van "een ondergrondse bergplaats" als overdrachtelijk in de betekenis "laagst gelegen plaats"