keisteen

mannelijk (de)/ˈkɛisten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stuk natuursteen, meer in het bijzonder: een stuk vuursteen
    Ze lagen plat op een werktafeltje te drogen, bezwaard met stukken marmer; wanneer in het kwartdeel van het donkere ovaal, het doek niet gekleefd had, een bladder kon ontstaan, tilde meester een keisteen op.
  2. materiaalkunde (materiaalkunde) soortnaam voor gesteente (geen verkleinwoord of meervoud)
    Was eens alles diamant,wat thans keisteen is of zand,wie deed moeite om het te winnen?