keet

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebouwtje voor tijdelijk verblijf
  2. herrie, drukte
  3. troep, rommel, zootje
  4. plezier

Etymologie

* In de betekenis van ‘schuur’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Vertalingen

Spaansbarracón, cabina, casilla