keet
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebouwtje voor tijdelijk verblijf
- herrie, drukte
- troep, rommel, zootje
- plezier
Etymologie
* In de betekenis van ‘schuur’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Spaansbarracón, cabina, casilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek