Kees
mannelijk (de)/kes/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in samenstellingen (zie hieronder)
- keeshond
- tabakspruim
- (scheldwoord) voor een Hollander of patriot
- vogel
- (verouderd) (streektaal) kaasSoo aen Broodt, soo aen Bier, soo aen Speck, soo aen Kees, Soo aen Turf, soo aen Hout, soo aen Vis, soo aen Vlees, Soo aen Melck, aen Room, aen Prut,
Etymologie
*[6] een oude variant van kaas, nog geattesteerd in de uitdrukking klaar is Kees , oorspronkelijk een ge-umlaute vorm, ook aangetroffen in streektalen, vergelijk Duits "Käse"
Uitdrukkingen
- klaar is Kees
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek